Tapas zijn kleine gerechtjes die je koud of warm serveert, bedoeld om te delen. Het is een Spaanse eettraditie waarbij je niet één groot bord voor jezelf bestelt, maar meerdere kleine hapjes met tafel deelt. Die hapjes kunnen zowel als lunch, tussendoortje als volledige avondmaaltijd dienen.
Het woord “tapas” is het meervoud van het Spaanse woord tapa, dat letterlijk “deksel” of “afdekking” betekent. Dat geeft al een hint over de oorsprong van dit eetconcept, waar later meer over volgt.
Wat is tapas precies, en hoe werkt het?
Bij tapas draait alles om het delen. Je bestelt meerdere kleine gerechten tegelijk, zet ze in het midden van tafel en iedereen neemt ervan. Zo proef je veel meer dan bij een gewone maaltijd met één hoofdgerecht. Het is een sociale manier van eten waarbij het gezelschap net zo belangrijk is als het eten zelf.
De gerechten variëren enorm. Je kunt denken aan warme gerechten zoals gambas al ajillo (garnalen in knoflookolie) of albóndigas (gehaktballetjes in tomatensaus), maar ook aan koude hapjes zoals olijven, manchego (een Spaanse schapenkaas) of jamón serrano (drooggezouten ham). Er is geen vaste volgorde of structuur, je bestelt gewoon wat aanspreekt.
Waar komen tapas vandaan?
Over de herkomst van tapas bestaan meerdere verhalen. De meest bekende is dat bartenders vroeger een stukje brood of vlees op een glas wijn legden om vliegen buiten te houden. Dat “deksel” op het glas heette een tapa. Een andere versie zegt dat koning Alfonso XIII van Spanje in de negentiende of vroege twintigste eeuw zijn glas sherry liet afdekken met een plakje ham, en het zo lekker vond dat het een gewoonte werd.
Of die verhalen precies kloppen is moeilijk te bewijzen, maar het concept zelf stamt in ieder geval uit Spanje, meer specifiek uit de regio Andalusië in het zuiden. Vandaar verspreidde het zich over het hele land en later over de rest van de wereld.
Koude en warme tapas: de belangrijkste soorten
Je kunt tapas grofweg opdelen in twee soorten:
- Koude tapas: olijven, ansjovis, gerookte zalm, kaas, ham, gemarineerde groenten of een simpele Spaanse tortilla op kamertemperatuur.
- Warme tapas: patatas bravas (gebakken aardappels met pittige saus), calamares (gefrituurde inktvis), chorizo in rode wijn, mosselen of gegrilde paprika’s.
In Spanje zelf hangt de stijl ook af van de regio. In het Baskenland heten vergelijkbare hapjes pintxos en liggen ze uitgestald op de bar, vaak op een stukje stokbrood. In de rest van Spanje bestel je tapas aan de bar of aan tafel.
Tapas thuis of in een restaurant
In een restaurant bestel je tapas voor de hele tafel. Reken als richtlijn op drie tot vijf tapas per persoon als je ze als avondmaaltijd serveert. Wil je ze als voorgerecht of lunch, dan zijn twee tot drie hapjes per persoon genoeg.
Thuis zijn tapas ook makkelijk te maken. Veel gerechten zijn snel klaar of kun je van tevoren voorbereiden. Denk aan een schaal olijven, gesneden ham, een kom hummus of zelfgemaakte patatas bravas. De kracht zit in de variatie: veel kleine dingen samen maken een complete tafel.
Tapas zijn dus veel meer dan een saai voorgerechtje. Het is een manier van samen eten, waarbij de tafel vol staat en iedereen proeft wat hij wil. Of je ze nu in een Spaans restaurant bestelt of thuis op tafel zet, het concept blijft hetzelfde: klein, gevarieerd en gemaakt om te delen.